Aangepast zoeken
 

 

Onderwerpen schoolexamen Nederlands schrijven atheneum 2002 – 2003

 

1.   Opsporingsmethoden

Boeven moet je vangen, zegt het spreekwoord. Daar lijkt weinig op tegen,zolang het betekent dat verklikkers uit de onderwereld hun concurrenten in het kwaad aangeven. Minder aanvaardbaar wordt het voor veel mensen wanneer criminelen verlaging van straf wordt verleend in ruil voor gegeven informatie. De laatste tijd wordt steeds meer duidelijk dat de opsporingsmethoden, met instemming van de overheid, nog veel verder gaan: aftappen van telefoons, infiltreren van politiemensen in misdadige organisaties, het op de markt brengen van partijen soft - en harddrugs en het ’undercover’ opkopen van partijen drugs met de bedoeling handelaren aan te houden.

  •        Wat voor een opsporingsmethoden hanteert justitie op dit moment?  

  •        Heiligt het doel de middelen?  

  •        Verliezen politie en justitie niet hun geloofwaardigheid als ze zich op het criminele pad begeven?  

  •        Is een  eerlijk proces nog mogelijk als de bewijzen langs dubieuze weg zijn verkregen?  

  •        Wat is wel  en wat niet toelaatbaar in opsporingsmethoden?

 

2. Herinneringen

In een televisieprogramma over het geheugen, Vertrouwd en o zo vreemd, was een tijd geleden de Amerikaanse psychologe Elisabeth Loftus aan het woord. Zij heeft naam gemaakt met experimenten waarin ze aantoonde hoe gemakkelijk herinneringen worden vervormd. Soms worden zelfs gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden ‘onthouden’ alsof ze op waarheid berusten.

  • ·       Heb jij zelf het idee dat je op je eigen herinneringen kunt vertrouwen?

  • ·       Herinner jij je veel gebeurtenissen van jaren geleden of zijn allerlei details verdwenen?

  • ·       Moeten je herinneringen worden ondersteund door foto’s of door verhalen van familieleden?

  • ·       Ben je gehecht aan bepaalde herinneringen of kijk je liever niet achterom?

  • ·       Hoe werkt het geheugen eigenlijk?

 

3. Geweld in de samenleving

In avondlijk Amsterdam nam een voorbijganger het op voor een jongen die, volkomen willekeurig door een paar jongens in elkaar werd geslagen. Omdat hij het niet kon aanzien riep hij de daders te stoppen. De agressie richtte zich vervolgens op hem. Hij moest zijn bemoeienis met de dood bekopen. In Leeuwarden andere steden gebeurde niet lang daarna iets vergelijkbaars. Deze  gebeurtenissen leidden tot een landelijke protestactie. Blijkbaar was er grens overschreden.
 

  • ·       Hoe heeft het zover kunnen komen?

  • ·       Moeten we leren leven met geweld in onze samenleving?

  • ·       Moeten we vooral ‘verstandig’ zijn en maar beter niet optreden?

  • ·       Of moeten we juist alles doen om het geweld binnen de perken te houden?

  • ·       En hoe zouden we dat kunnen doen?

 

4. Nederland een republiek?

Discussies over de monarchie zijn in Nederland met een loodzwaar taboe belast en van een krachtige republikeinse stroming is hier nooit sprake geweest. Een aantal jaren geleden werd evenwel bekend dat een aantal prominente Nederlanders in het geheim een Republikeins genootschap had opgericht. Sommige leden omschreven als ‘een dinerend gezelschap, dat veel plezier maakt’ voor andere was het een serieus initiatief:’Een erfelijk koningschap bij de gratie Gods kunnen we niet zien als behorend bij een parlementaire democratie.’

  • ·       Wat is eigenlijk een democratie?

  • ·       En wat een monarchie?

  • ·       Heeft de monarchie in Nederland nog toekomst?

  • ·       Of moet Nederland een democratie worden?

 

5. Massa-emoties

Opvallende tragisch gebeurtenissen kunnen golven van emoties oproepen bij grote groepen mensen. Zo toonde de Belgische bevolking in de ‘Witte Mars’ massaal haar verontwaardiging over het falend beleid van de overheid en justitie inzake verdwenen minderjarige meisjes. In Engeland rouwden miljoenen om de dood van hun populaire prinses. Duizenden Nederlanders herdachten Pim Fortuyn.

  • ·     Onderscheid jij verschillend emoties?

  • ·     Wat  gaat er achter zo’n massale uiting van emoties schuil?

  • ·     Gaat het er vooral om dat mensen hun verdriet of verontrusting collectief willen beleven?

  • ·     Of duiden massa-emoties op iets heel anders, ligt er bijvoorbeeld een ingrijpende maatschappelijke onvrede aan  ten grondslag

 

6. Milieu : mij een zorg  

In onze welvaartseconomie heeft het milieu het tij niet mee.Het bestrijden van misdaad en het terugdringen van werkloosheid worden volgens het Sociaal Cultureel Planbureau dringender gevonden dan de zorg om het milieu. Een milieudeskundige typeerde het westerse consumptiepatroon als‘carnaval op de rand van een ecologische vulkaan”.  

  • ·    Schets de huidige situatie 

  •      Slinkt de aandacht voor het milieu nog harder dan de ozonlaag?

  • ·    Heeft de Airmile het gewonnen van het ongebleekte filterzakje?

  • ·    Heb jij nog een boodschap aan het milieu?
     

7. Kwesties rond leven en dood

Euthanasie lijkt maatschappelijk steeds meer geaccepteerd te worden en abortus is onder bepaalde voorwaarden geen probleem meer. De vraag is hoe duidelijk de grenzen moeten worden getrokken in  kwesties van leven en dood.

  •        Hoe is de wetgeving op dit moment?  

  •        Is het bijvoorbeeld acceptabel, zoals professor Drion bepleit, mensen zelf ’euthanasiepillen te verstrekken, zodat ze autonoom kunnen besluiten hun leven te beëindigen?  

  •        Mag een psychiater aan het doodsverlangen van een patiënt tegemoetkomen of wordt hij geacht hem juist daarvan te ‘genezen’?  

  •        Moet de wetgever een strenge norm (blijven) stellen en mensen tegen zichzelf in bescherming nemen?  

  •        Kan er sprake zijn van nuanceringen of loopt het dan uit de hand?  

8. Dat zoeken we op

Tweehonderd Leidse eerstejaarsstudenten werden getest op hun algemene ontwikkeling. Die bleek later nogal mager: bijna de helft van de vragen over geschiedenis, religie en wetenschap werd fout beantwoord. Max Havelaar was een koffiehandelaar die de Indische bevolking uitbuitte. Met Pasen vieren we dat we eieren zoeken. Er wordt steeds minder waarde gehecht aan feitenkennis. In onze informatiemaatschappij is het beschikken over algemene ontwikkeling veel minder belangrijk geworden dan het openstaan voor nieuwe informatie. We onderscheiden ons niet meer  door foutloos Plato te citeren, maar door flexibel te zijn en de nieuwste ontwikkelingen op te pikken. We zoeken gewoon op Internet als we iets willen weten.  

  •        Is feitenkennis noodzakelijk voor je algemene ontwikkeling?  

  •        Of is het voldoende als je weet waar je die kennis  kan vinden?  

  •        Hoe ziet de toekomst wat betreft feitenkennis en informatietechnologie er uit?

Naar boven

 

hit counter html code