Oefening werkwoordelijke gezegde


Noteer het werkwoordelijk gezegde.

1. De scheidsrechter floot te vroeg.
wg =
2. Hij zag heel erg op tegen het tentamen.
wg =
3. Albert Heijn zal de prijzen weer verlagen.
wg =
4. Je moet daar heel erg uitkijken.
wg =
5. De cijfers voor het proefwerk zullen wel meevallen.
wg =
7. Hij zou ons dat al eerder hebben aangeboden.
wg =
8. 's Avonds ligt hij vaak uren te lezen.
wg =
9. James Watt vond de stoommachine uit.
wg =
10. Hij vergist zich wel vaker met rekenen.
wg =