Herhaling, tautologie of pleonasme?



A. Vul de herhalingen, tautologieën of pleonasmen in.
B. Zet er achter of het om een herhaling, tautologie of pleonasme gaat.

1. Dat is een vaste standaarduitdrukking voor die beroepsgroep.
A=
B=
2. Op de vlakke, gladde Kloosterwiel was het prachtig schaatsen.
A=
B=
3. Ik doe dat niet en ik heb er ook geen zin ook.
A=
B=
4. Wij waren gisteren bijna verdwaald in die grijze mist.
A=
B=
5. Vanzelfsprekend zal ik dat werk natuurlijk wel nakijken.
A=
B=
6. Het scheelde een haartje of het was bijna fataal afgelopen.
A=
B=
7. Hij zal moeten proberen te voorkomen dat dat zich niet herhaalt
A=
B=
8. Al op de lagere school had hij de toekomstdroom later leraar te worden.
A
B=
9. En als we dan thuis komen, dan drinken we nog wat.
A=
B=
10. Omdat zij daar heg noch steg kenden, verdwaalden ze al snel.
A=
B=
11. Aan het eind van de voorstelling daalde het gordijn langzaam naar beneden.
A=
B=
12. Misschien dat ik morgen mogelijk nog even langs kom.
A=
13. Kwaadwillige laster veroorzaakt veel verdriet.
A=
B=
14. De palen van de brug zijn gemaakt van grijs beton.
A=
B=


 

 

web
analytics