Oefening 3 gezegde (niveau 2 havo/vwo)

invuloefening

Noteer het werkwoordelijke (wg) of naamwoordelijke gezegde (ng). Aljs je het antwoord niet weet, kun je de hintknop gebruiken.

1. Januari bracht dit jaar veel regen.
gezegde = ng of wg?
2. Het spatbord was snel gerepareerd.
gezegde = wg of ng?
3. Hoelang is hij al populair?
gezegde = wg of ng?
4. Uiteindelijk is ook hij volwassen geworden.
gezegde = wg of ng?
5. We hebben voor het reisje een jaar gespaard.
gezegde = wg of ng?
6.De koploper leed een grote nederlaag.
gezegde = wg of ng?
7.Hij las het verslag aan het begin van de vergadering voor.
gezegde = wg of ng?
8. Het bouwen van die brug was niet gemakkelijk.
gezegde = wg of ng?
9. Het blussen van de brand duurde uren.
gezegde = wg of ng?
10.Wanneer knap jij die fiets eens op?
gezegde = wg of ng?
11. Deze oplossing lijkt mij erg goed.
gezegde = wg of ng?
12. Zij is vroeger een uitstekende schaatsster geweest.
gezegde = wg of ng?
13. Waarom hebben jullie hem dat niet verteld?
gezegde = wg of ng?
14. Volgens de minister blijft de hulp noodzakelijk.
gezegde = wg of ng?