Beeldspraak

INVULOEFENING

Met welke vorm van beeldspraak heb je te maken? (vergelijking,metafoor,personificatie,metonymia of synesthesie)

1.Mijn hart zei me het voorstel maar te accepteren.
2.Met lood in zijn schoenen begon hij de wedstrijd.
3.Hij heeft zijn ijzers al ondergebonden en is klaar voor de schaatstocht.
4.Deze zomer zijn die schreeuwende kleuren in de mode.
5.Het peloton is pas aan de voet van de berg.
6.Die leraar gedroeg zich als een echte dictator .
7 Met rubber is het veilig vrijen.
8.Toen hij dat geluid hoorde, greep de angst hem bij de keel.
9 Als verdwaalde schapen liepen ze door het land.
10.Wil je nog een glaasje ?
11.Die vrouw heef een hart van goud .
12.De nachten zijn daar bitter koud .
13.Ik heb net twee Rembrandts gekocht.
14.De zon lachte ons toe .
15.Dat schaap heeft zich weer beet laten nemen.
16.Zij liep als een gazelle over de baan.
17.Jij kijkt alsof je je laatste oortje versnoept hebt .
18.Hij vroeg de ouders de hand van hun dochter.
19.Na zijn ontslag sprak hij bittere woorden .
20.In dat huis heeft de armoede haar intrek genomen .